Er zijn verschillende metselverbanden. Enkele soorten staan hieronder uitgelegd.

Wat je best toepast, hangt af van de omgeving (bijvoorbeeld ander metselwerk in de buurt) of van wat je het meeste aanspreekt. Maar denk eraan, voor halfsteensverband hoef je het hoofd er minder bij te houden dan bij een wildverband.

Een tuinmuur wordt meestal ‘steens’ gemetseld en een spouwmuur ‘halfsteens’.

Halfsteensverband

Een makkelijk te metselen verband die weinig afval geeft. Dit verband word het meest gebruikt.

Kruisverband

Dit is een metselverband dat bestaat uit een rij koppen met daar onder een rij hele stenen.De rij hele stenen word begonnen met een driekwart steen hierdoor komen de voegen verspringend te liggen.

Engelsverband

Hier beginnen we met een halve op gevolgd door drie hele stenen. De rij er boven begint met een driekwart,daarna een hele en een kop. Daarna ga je verder met drie hele en een kop. bij dit verband moeten we du echt gaan opletten.

Kettingverband

Begin weer met een driekwart gevolgd door een hele en een kop. daarna volgt steeds twee hele en een kop. De rij daarboven start je met twee koppen daarna herhaal je steeds twee hele een kop.

Koppenverband

Dit zegt het al deze lagen worden alleen met koppen op gebouwd en word veel voor ronde muren gebruikt, bijvoorbeeld voor een waterput.

Klezoorverband

Bij dit verband moet je akelig precies te werk gaan. Dit omdat de voegen dicht bij elkaar liggen. Het werkt als volgt. begin met een driekwart met daar achter aan alleen hele. De rij daarop begin je met een kop met daarna alleen hele.

Vlaamsverband

Bij een Vlaams verband begin je met een driekwart,daarna kop en heel om en om. De laag daar op is kop en heel om en om.

Wildverband

Hier zit totaal geen regelmaat in. het enige waar je op moet letten is dat de stootvoegen niet boven elkaar komen,dat de vallende tand niet uit meer dan vijf lagen bestaat en er niet meer dan vijf streken of drie kopen achter elkaar volgen.